vrijdag 2 december 2016

Chess Café


Captain Critic wil u graag al meegeven dat hij niet echt een fan is van wokrestaurants als Chess Café. In de lijst van zaken waar de kapitein géén fan van is hebben wokrestaurants een plaats ergens tussen biologische oorlogsvoering en Timmy Simons. Enige vooringenomenheid is zijn deel, dat kan de kapitein niet ontkennen.

De zaal heeft een behoorlijk hoog reftergevoel. Wie daar een pluspunt in ziet, heeft ongezonde heimwee naar zijn of haar lagere schooltijd. Captain Critic gaat voor de formule soep + wok. De courgettesoep is wat zout, maar best smakelijk. Net als voor de soep geldt voor de wok het principe van zelfbediening. Chess Café zelf schept op over de wokbar met meer dan 40 verse ingrediënten. De kapitein heeft ze niet geteld, maar meer dan kwantiteit zou kwaliteit voorop moeten staan. En je moet al heel veel vertrouwen hebben in Chess Café om te geloven dat de kippenblokjes of de scampi’s hier al geen hele week liggen te marineren in hun eigen sappen. So be it: verstand op nul en opscheppen maar. De lunchformule is zo dat je je bord slechts eenmaal mag vullen. Geen probleem, maar het bord waar je het mee moet stellen is werkelijk belachelijk klein. Als dat minibord gevuld is, begeef je je naar de open wokkeuken waar je gerecht, zo leert ons althans de site van Chess Café, "bereid wordt volgens eeuwenoude Aziatische kooktradities". Zo eeuwenoud lijken die tradities echter niet. De Aziatische ‘koks’ nemen je minibordje over, kieperen het zonder onderscheid in een pot kokend water, laten het daar dertig seconden in pruttelen, waarna ze het nog dertig seconden in een wok gooien. In dit geval minder om te bakken, dan om het overtollige vocht er terug uit te laten verdampen. Daarna kies je nog een generieke Aziatische saus uit en hop, je kan terug naar je tafel. Zelf omschrijft Chess Café dit hele gebeuren als volgt: “Het oog krijgt ook wat, want met een vurig wokspektakel bereiden onze koks je schotel in amper 2 minuten.” Ja, zo kan je het ook omschrijven. Ook al heeft de kapitein zijn best gedaan om een tiental verschillende ingrediënten - waaronder scampi, courgette en kikkerbilletjes - op zijn minibordje te krijgen, alles smaakt exact hetzelfde. Het is dan ook samen gekookt, in een pot water waar hoogstwaarschijnlijk al een hele week lang ontelbare minibordjes vol wokingrediënten in gepleurd geweest zijn. Niets smaakt lekker, niets smaakt echt slecht. Met één noemenswaardige uitzondering: een omeletachtige eierbereiding waarvan Captain Critic oorspronkelijk dacht dat het gepaneerde kippenblokjes betrof. Die eierbereiding heeft zich uiteraard vol lauw water gezogen, als een vieze, smerige spons. Walgelijk.

In se heeft Captain Critic niets tegen wokken, maar dan heeft hij het over het echte wokken, zoals het in Azië gebeurt. Verse ingrediënten kort op zeer hoge temperatuur bakken, zodat de smaken puur en eenvoudig blijven. Een pot kokend water zoals je die in nagenoeg elk Belgisch wokrestaurant terugvindt heeft hier niets mee te maken.

dinsdag 18 oktober 2016

Volta


In een duister vorig leven - voor de aanvang van zijn missie - had Captain Critic al ’s een bezoek gebracht aan Volta, maar toen stond Olly Ceulenaere nog achter het fornuis. Inmiddels heeft Ceulenaere met Publiek zijn eigen zaak én een Michelinster, en wordt de keuken van Volta geleid door voormalig sous-chef Davy De Pourcq. In de voetsporen treden van Flemish Foodie Olly is geen geschenk, maar de kapitein geeft iedereen een eerlijke kans. Zelfs mensen die Davy heten.

Wat in ieder geval niet veranderd is, is de prachtige setting. Volta is gehuisvest in een voormalig elektriciteitsgebouw, het interieur is industrieel met luxe accenten. Volta is het mooiste restaurant van Gent. Neem dat maar aan van Captain Critic. Voor het aperitief wordt de kapitein naar de bar begeleid, waar hij een moscow mule tot zich neemt, een verfrissende cocktail met wodka en gemberbier. Daarbij twee smakelijke en even frisse amuses: een escabeche van mosselen en een soort halve op de tong wegsmeltende macaron met een heerlijke lokale pas de rouge-kaas. Beneden aan tafel volgen nog twee amuses: een eenvoudige gazpacho en een verfijnder hapje met onder meer brunoise van appel en ijs van olijfolie. Het eerste voorgerecht is grijze garnaal met ricotta en mierikswortel. Het romige van de ricotta, het scherpe van de mierikswortel en het intens zoute van de zalmeitjes: geslaagd. Zeeuwse oester met selder en zeealgen is het tweede voorgerecht. Geen oester in de schelp, maar als middelpunt van een mooi gepresenteerd bord met sushi’s van selder en zeealgen. Het niveau gaat in stijgende lijn want de volgende gang is een perfect gegaard stukje zeebaars met paella. Paella in een gastronomisch restaurant is geen sinecure, maar de kapitein is fan. De intense smaak van gerookte paprika is overal in dit gerecht terug te vinden: in de paella zelf, onder de vorm van een krokantje, als zalfje, in een gelei en in een schuimpje. Met het hoofdgerecht moet het hoogtepunt van de avond echter nog komen: wilde eend met butternut en cassis. De wilde eend heeft een perfecte cuisson en wordt vergezeld van een zalfje en enkele rauwe plakjes van butternut. De aandacht wordt echter - volledig terecht - gestolen door een plak gebakken eendenlever, waarvan de term ‘boterzacht’ de plak in kwestie nog onrecht aan zou doen. Ook het dessert - pruim, melkchocolade, groene appel - stelt niet teleur. Het zoete van de pruim combineert mooi met het frisse van de groene appel en het volle van de melkchocolade. De vergulde rechthoekige pudding, waar de naam van het restaurant in verwerkt is, zorgt visueel voor een aantrekkelijk bord. Om te besluiten volgen er nog enkele zoetigheden waaronder minicakejes en ijslolly’s met witte chocolade.

Qua totaalervaring hoeft Volta in Gent voor weinigen onder te doen. Heerlijke gerechten, verzorgde borden, professionele bediening en een prachtige setting: meer moet dat echt niet zijn. De Pourcq toont zich een waardige opvolger van Ceulenaere.

vrijdag 7 oktober 2016

Brasserie Meerakker


Brasserie Meerakker prijst zichzelf op de eigen site aan als een brasserie waar u lekker kan eten in een romantisch art deco-interieur. Nu moet Captain Critic zeggen dat hij niet direct aan ‘art deco’ dacht bij het naar binnen gaan. Hij wil echter niet al te moeilijk doen en is al meer dan tevreden met de ligging aan en bijhorend zicht op een idyllisch kruispunt aan de bucolische Antwerpsesteenweg in het meest rustieke deel van Sint-Amandsberg.

Eens binnengetreden in de (ongetwijfeld art deco) veranda, en plaatsgenomen aan zijn (ongetwijfeld art deco) tafel, lijkt het keuzemenu een goeie euh … keuze. Drie gangen met telkens keuze uit een aantal verschillende gerechten. Bovendien maken de woorden ‘à volonté’ best nieuwsgierig. Na een aperitief met enkele eenvoudige hapjes (kaas, Gentse kop) kiest de kapitein voor kaaskroketten als voorgerecht. Die kaaskroketten zijn niet memorabel maar evenmin voelt de kapitein de aandrang om ze snel uit zijn geheugen te willen wissen. Enige opheldering over wat er bij Brasserie Meerakker juist bedoeld wordt met à volonté, volgt wanneer de serveerster de borden van het voorgerecht komt afruimen en - schijnbaar achteloos – vraagt of er nog een voorgerecht moet zijn. Captain Critic is enigszins verbaasd maar concludeert snel dat letterlijk àlles hier à volonté zal zijn. Hij kiest ervoor om de overige voorgerechten aan zich voorbij te laten gaan en al zijn aandacht onverdeeld te richten op het hoofdgerecht, of beter: de hoofdgerechten (meervoud). Om te beginnen de mosselen. De presentatie stelt weinig voor: een gewoon bord met een portie mosselen, de klassieke mosselgroenten en een overbodige in stukken gesneden kerstomaat. Het is inmiddels echter overduidelijk dat je naar Brasserie Meerakker gaat voor de hoeveelheden, en niet voor de verfijning. De mosselen zelf zijn smakelijk, al hadden ze misschien iets doordachter gekuist mogen geweest zijn; hier en daar kraakt er een zandkorrel tussen de tanden van de kapitein. Het lijkt nog steeds vreemd, maar de serveerster vraagt in alle ernst wat het volgende hoofdgerecht mag zijn. Een steak met béarnaisesaus dan maar. De steak is aan de kleine kant, maar je kan er dan ook zo veel bestellen als je maar wil. De steak is correct gebakken (saignant), en de béarnaisesaus smakelijk. Bij alle hoofdgerechten worden overigens frietjes geserveerd, die zeker niet slecht zijn. Het laatste hoofdgerecht worden de varkenswangetjes, en ook die zitten qua smaak en textuur goed. Zijn bord krijgt de kapitein echter niet meer leeg, want er volgt nog een dame blanche als dessert. Die is niet wereldschokkend, maar dat is een dame blanche zelden.

Het bezoek aan Brasserie Meerakker was best een bevreemdende ervaring. Het recordaantal hoofdgerechten op één avond blijkt 7 te zijn. De kapitein kwam slechts aan het miezerige aantal van 3, en moet hier dus zeker nog eens terugkeren. De uitbaters zijn bij deze gewaarschuwd: Captain Critic zal ontbeten noch geluncht hebben bij zijn volgende bezoek. Een gewaarschuwde uitbater is er twee waard.

vrijdag 30 september 2016

Würst


Gent wordt populair bij chefs van meer of minder televisiefaam. Michaël Vrijmoed kreeg een Michelinster, Wim Ballieu doet iets met ballen en Jeroen Meus - logisch vervolg - doet nu iets met worsten. Würst is de tweede haute dog-zaak van Meus, en de eerste in Gent. De haute dog is een gepimpte versie van de hot dog, net zoals Jeroen zelf eigenlijk een gepimpte versie van Piet Huysentruyt is.

Meus heeft alvast een goede binnenhuisarchitect, want het interieur scoort een 9.5 op de schaal van Kazaltzis. Maar waarvoor we naar Würst trekken, dat zijn toch vooral de hot dogs. Er is keuze uit een tiental verschillende varianten die je aan de toog gaat bestellen. De kapitein gaat voor een Memphis Soul en een Sauerkraut, met daarbij een portie guacamole als side en een Gentse Crabbelaer om de dorst te lessen. Na een kleine tien minuten zijn de dogs klaar en de kapitein heeft geen spijt dat hij er twee besteld heeft. Van beide exemplaren krijgt hij het water in de mond. Over de side van guacamole kunnen we kort zijn: die is eenvoudig maar lekker. De nachos die erbij geserveerd worden kan je steeds gaan bij vragen. Beginnen doet de kapitein met de Sauerkraut (soft bun, onion, sauerkraut, würst, mustard, ketchup, bacon, pickled & crispy onion). Jeroen verwacht blijkbaar een kosmopolitisch publiek want alles staat hier in het Engels neergepend, hoewel het restaurant nagenoeg volledig gevuld is met Gentse studenten, van wie de meerderheid tot nader order nog steeds Nederlands spreekt. Op de niet onaanzienlijke minderheid West-Vlaamse migranten na, uiteraard. Zij maken zich echter doorgaans wel verstaanbaar mits het gebruik van handgebaren, gewuif en het uitstoten van enige min of meer verstaanbare keelgeluiden. Maar die Sauerkraut dus, die is heerlijk. Het zachte broodje is gevuld met lekkere zuurkool, een Amerikaanse combo van ketchup en mosterd en verschillende bereidingen van ajuin, waaronder dus opgelegde en gedroogde uitjes. Verder zijn er ook nog stukjes spek terug te vinden en last but not least: Jeroens euh … worst. En die würst is geslaagd. Je smaakt dat het geen ordinaire worst uit een bokaal is, maar een artisanaal exemplaar. En dan moet de Memphis Soul (corn bread, coleslaw, pulled beef, würst, texas honey, sweet relish, crispy onion, jalapeños) nog komen. Deze dog is alvast behoorlijk verschillend van de vorige, zowel qua uitzicht als qua smaak, maar het is opnieuw een voltreffer. Dezelfde würst maar deze keer in een krokanter maïsbroodje gevuld met o.a. koolsla, pikante jalapeño-pepers, pulled beef en een heerlijk zoete Amerikaanse relish, een soort confituurachtige saus van opgelegde augurken. De kapitein is tevreden en meer dan voldaan.

De opmerking dat Würst duur zou zijn is naar de bescheiden mening van Captain Critic overigens niet correct. OK, je betaalt al snel een tiental euro voor je haute dog, maar die haute dog staat tot een klassieke hot dog zoals een gourmetburger zich verhoudt tot een fastfoodburger. Beide varianten zijn heerlijk, maar dat er een verschil in prijs is, is niet minder dan simpele logica.

maandag 26 september 2016

Ming's Garden


Het terras van Ming’s Garden nodigt niet direct uit om er plaats te nemen, iets wat vooral te wijten is aan de ligging aan de drukke Antwerpsesteenweg. Bepaald bevreemdend zijn de spandoeken die de Zeeuwse mosselen aanprijzen. Captain Critic lijkt in een parallel universum terecht gekomen te zijn waar Chinezen Zeeuwse mosselen klaarmaken. Veel gekker moet het niet worden.

Temidden van boeddha-beelden, lampionnen en namaakporseleinen wuivende katten, bestelt de kapitein alvast een cava om de dorst te lessen. Daarbij het onvermijdelijke mandje kroepoek, dat evenzeer bij een Chinees restaurant hoort als een luxejacht aan de Côte d’Azur bij Daniël Termont. Je krijgt dan wel altijd kroepoek, uit ondervinding blijkt dat in elk Chinees restaurant de kroepoek effectief wel verschillend is. Als voorgerecht kiest Captain Critic voor een dim sum mix (voor de leken: gestoomde ‘dumplings’ in een stoommandje) met een zoetzuur sausje. Op presentatie is er niet echt gelet, maar lekker zijn de dim sum wel. De kapitein vindt het op zich wel jammer dat hij enkel mes en vork krijgt, en geen stokjes. Aziatische gerechten smaken des te beter als je ze met stokjes kan eten, hoewel Captain Critic bij nader inzicht beseft dat hij in Chinese restaurants eigenlijk nog nooit stokjes heeft gekregen, maar steeds mes en vork. Eten Chinezen eigenlijk wel met stokjes? De kapitein mag het hopen, of zijn hele wereldbeeld komt op losse schroeven te staan. Het dubbele hoofdgerecht is eend op sichuan-wijze en mihoen met rundvlees. De keuken van Sichuan (een provincie in het zuiden van China) staat bekend om haar uitgesproken smaken, en de eend is inderdaad best uitgesproken: licht pikant, zoet en tegelijk zout, en er is ook aardig wat look gebruikt. De textuur van het vlees is bovendien lekker sappig: een geslaagd gerecht. Ook het andere hoofdgerecht - een klassieker wanneer Captain Critic een Chinees restaurant bezoekt - is een meevaller: de mihoen is de dunste mihoen die de kapitein ooit al gegeten heeft, en ja, dat is een pluspunt. Ook het rundvlees verdient een compliment: het is niet droog en taai, integendeel: de stukken rundvlees zijn nog wat saignant. En zo heeft de kapitein zijn stukken rundvlees graag. Veel groenten zijn er niet verwerkt in beide gerechten, of het moesten de treurige schijven komkommer zijn die beide schotels ‘sieren’. Gezond zal je hier dus niet echt eten.

Ming’s Garden blijkt, na Wang Hung en New City Garden, opnieuw een degelijke Chinees te zijn. Het schijnt echter uiterst moeilijk voor Chinezen om meer dan 2 sterren los te peuteren bij Captain Critic. Blijven proberen, jongens, jullie zijn met genoeg.